Eerste belangrijke Duitse filosoof. Hij verdedigt de opvatting dat de Goddelijke openbaring veel bevat wat zich van meet af aan onttrekt aan de kennis door de rede, zoals bijvoorbeeld de drievuldigheid en de menswording van God. Zij behoren tot het domein van de theologie en het geloof. Bijgevolg moet de filosofie zich beperken tot de `natuurlijk waarheden', die het Zijnde van de natuur uitmaken. In de dertiende eeuw worden de gezamenlijk geschriften van Aristoteles ontdekt, die het theologisch wereldgebouw in zoverre bedreigen, dat zij hun wereldsysteem op kennis en rede funderen, dat weliswaar ook een God kent, maar niet God als schepper. De geschriften van Aristoteles worden tijdelijk door de kerkelijke autoriteiten verboden, maar dit had geen invloed op de interesse die ervoor was ontstaan. Enige filosofen komen door de geschriften tot de bevinding dat er een `dubbele waarheid' zou bestaan, die van de rede en die van het geloof, wat het middeleeuwse aanmatigende denken van de Kerk, de enige autoriteit, niet kan aanvaarden.